|
|
‘Mag in de vakantiekoffer niet ontbreken,’ zo wordt een boek soms in een advertentie aangeprezen. Meestal gaat het bij zo’n aanprijzing om een boek van de ‘lichtere’ soort: een thriller, een zogenaamde pageturner die je, nog altijd volgens de advertentie, ‘een groot deel van je nachtrust gaat kosten’. Er wordt de laatste tijd weer heel wat afgeouwehoerd over de verschillen tussen thrillers, literaire thrillers en literatuur. |
|
Wat ik in die discussies altijd mis, is het plezier dat je in een bepaald boek kunt hebben. Soms al heel lang van tevoren. En het lijkt weleens of dat plezier niet mag. Omdat het plezier van de lichtere soort is. Er zijn mensen die beweren dat thrillers je altijd onbevredigd achterlaten. Of dat ze je niet aan het denken zetten. Of dat je ze na het lezen van de laatste bladzijde meteen weer vergeten bent. Waarschijnlijk allemaal waar. Ik heb in het verleden meer dan honderd Maigrets gelezen. Ik genoot van de sfeer van Parijs, van de personages, van de commissaris die een demi bestelde aan de bar van een café – ook van de stijl genoot ik, van de pagina’s met hun alinea-indeling, de eenvoud en de helderheid. Maar in het laatste hoofdstuk dacht ik altijd: ‘Was dit het nou? Daar maak je je er wel erg gemakkelijk vanaf, Georges Simenon!’ Een paar weken later was ik zelfs dit allemaal weer vergeten en begon ik aan de volgende Maigret. Mensen die beweren dat literatuur ‘vragen moet oproepen’, dat een boek ‘ook bij herlezing overeind moet blijven’, of dat je na de laatste pagina nog minimaal een week over de inhoud na moet kunnen denken, sluiten een heel genre bij voorbaat uit: de boeken waar je je op verheugt, de boeken die je met plezier leest, de boeken die je niet weg kunt leggen. Ik schrijf zelf. Vaak heb ik na een ochtend schrijven geen zin in literatuur. Vergelijk het met eten. Je hebt een zware maaltijd gekookt met honderden ingrediënten. Maar zelf heb je even geen trek meer in die zware maaltijd. Je hebt liever een hamburger. Of een pizza. Iets lichters. Je kunt je zelfs waanzinnig op die hamburger of die pizza verheugen – ook al weet je dat ze je vaak onbevredigd achterlaten. Voor mijn eigen schrijven is het een voorwaarde dat ik in de loop van de dag vergeet wat ik die ochtend geschreven heb. Om er de volgende ochtend weer fris tegenover te staan. Boeken die me ‘aan het denken zetten’ zijn wel het laatste waar ik in zo’n periode behoefte aan heb. Ernest Hemingway ging vissen. Of hij nam een paar whisky’s. Dit noemde hij ‘het herstellen van het ego’, het ego dat hij de volgende dag nodig had om weer vol zelfvertrouwen verder te werken aan zijn boek. Zelf ga ik hardlopen. Of ik neem een biertje. Of ik verheug me op een voetbalwedstrijd op de tv. Of ik lees een thriller. Of een biografie. Het belangrijkste is dat ik nergens aan denk. Dat ik volledig opga in iets anders. Kort geleden bedacht ik dat ik de komende vakantie eindelijk eens aan Stieg Larsson zou gaan beginnen. Die was me al vaak van meerdere kanten aangeraden. Het beginnen aan Stieg Larsson zou het vakantiegevoel vergroten, zo redeneerde ik. En toen nam ik opeens de volgende stap. Waarom zou ik niet vanmiddag al aan Stieg Larsson beginnen? Waarom zou ik geen voorschot op de vakantie en het vakantiegevoel kunnen nemen? Ik fietste naar de winkel en kocht het eerste deel. Het kostte me geen nachtrust. Maar het kostte me wel een hele middag. Ik lag op bed en ik las. Ik vergat mezelf. Ik vergat alles. Ik liet me meeslepen door het verhaal. Ik stelde mezelf geen vragen. Ook het boek riep geen vragen op. Wel moest ik opeens denken aan lang vervlogen middagen in mijn ouderlijk huis. Middagen waarin ik boeken op bed las en alles vergat. Leesplezier, noemen we zoiets. De kans is groot dat het eerste deel van Stieg Larsson me straks ‘onbevredigd’ achterlaat - maar geen nood: dan begin ik gewoon aan het tweede deel. |
|
|