| |

|
|
| |
Mijn wetmatige naam is Alexander Pertsjov. Maar mijn vele vrienden titelen mij Alex, omdat deze versie van mijn naam gladder te spreken is. Moeder titelt mij Alexi-verdriet-me-niet!, omdat ik haar altijd zo verdriet. Als u wilt weten waarom ik haar altijd verdriet, dit komt omdat ik altijd uit ben met mijn vrienden, en omdat ik zoveel valuta uitreik, en zoveel dingen doe die een moeder verdrieten. Vader titelde mij vroeger Sjapka, naar de bonthoed die ik zelfs in de zomertijd droeg. Hij hield op mij zo te titelen omdat ik hem verbood mij zo te titelen. Ik vond het kinds in mijn oren klinken voor iemand die zo mannelijk en potent als ik. Ik heb vele, vele meisjes, geloof me, en zij hebben allemaal een andere titel voor mij. Een titelt me Baby, niet omdat ik een baby ben, maar omdat ze voor mij zorgen wil. Een ander titelt me Hele Nacht. Vraagt u nog waarom? Ik heb een meisje dat me Valuta titelt, omdat ik zoveel valuta aan haar uitreik, en daar is zij zeer likkebaardend voor. Ik heb een miniatuurbroer die mij Alli titelt, wat ik niet echt te gek vind, maar ik vind hem te gek, dus oké, hij mag Alli zeggen. Zijn eigen naam is Kleine Igor, maar Vader titelt hem Stuntel omdat hij altijd tegen dingen aanloopt. Vier dagen voorheen nog maakte hij zijn oog blauw door de mishandeling van een stenen muur. Als u wilt weten wat de naam van mijn teef is, deze is Sammy Davis Junior Junior. Zij heeft deze naam naar Sammy Davis Junior, die volgens Grootvader de beste zanger van alle tijden was, en ze is ook van Grootvader, niet van mij, want ik ben niet degene die denkt dat hij blind is. Wat mij betreft, ik ben verwekt in 1977, hetzelfde jaar als Jonathan Safran Foer, mijn toonaangevende vriend die ook de held zal zijn van dit verhaal. De waarheid is dat mijn leven altijd zeer gewoon is geweest. Zoals ik al zei doe ik vele goede dingen met mijzelf en anderen, maar dit zijn wel gewone dingen. Ik vind Amerikaanse films te gek. Ik vind negers te gek, vooral Michael Jackson. Ik vind het te gek om zeer veel valuta uit te reiken in beroemde nachtclubs in Odessa. Lamborghini Countaches zijn voortreffelijk, en cappuccino’s ook. Vele meisjes willen vleselijk met mij zijn in diverse goede houdingen, ingezonderd de Dronken Kangoeroe, de Gorky Kriebel en de Strenge Dierentemmer. Als u wilt weten waarom zoveel meisjes met mij willen zijn, dit komt omdat ik een fabuleus persoon ben om mee te zijn. Ik ben zeer knus, en ongeloofbaar grappig, en dit zijn aantrekkende dingen. Maar er zijn natuurlijk vele mensen die snelle auto’s en beroemde discotheken te gek vinden. En meer mensen dan je op je handen kunt tellen doen de Spoetnik Boezem Frivoliteit (voltooid met een beslijmde hals). Er zijn zelfs vele mensen die Alex heten. In ons huis alleen al drie! Daarom was mijn geest zo driftig voor de kans om naar Lutsk te gaan en te vertalen voor Jonathan Safran Foer. Omdat dit niet gewoon was. Ik had voortreffelijk geresulteerd in mijn tweede jaar van Engels aan de universiteit. Dit majesteitelijke feit dankte ik aan het feit ik een leermeester had met stront in zijn hersens. Moeder was zo trots op mij dat ze zei: ‘Alexi-verdriet-me-niet! Je hebt me zo trots op je gemaakt.’ Dus vroeg ik of ze nu een leren broek voor me ging kopen, maar ze zei nee. ‘Een korte dan?’ ‘Nee.’ Vader was ook zo trots. Hij zei: ‘Sjapka,’ en ik zei: ‘Titel me niet zo,’ en hij zei: ‘Alex, je hebt je moeder zo trots op je gemaakt.’ Moeder is een nederige vrouw. Zeer, zeer nederig. Ze zwoegt in een klein café op een uur afstand van ons huis. Daar presenteert ze voedsel en drinken aan de klanten, en ze zegt tegen me: ‘Elke dag stap ik een uur op de autobus om werk te doen dat ik haat. Wil je weten waarom? Het is voor jou, Alexi-verdriet-me-niet! Op een dag zul jij dingen voor mij doen die jij haat. Zo hoort het in een familie.’ Wat zij niet omvat is dat ik nu al dingen voor haar doe die ik haat. Ik luister naar haar als ze tegen me praat. Ik zwijg over mijn veel te kleine toelage. En had ik al gezegd dat ik haar lang niet zoveel verdriet als ik zou willen? Maar ik doe deze dingen niet omdat we familie zijn. Ik doe ze omdat ze goed fatsoen zijn. Dit is een idioom dat de held mij heeft geleerd. Ik doe ze omdat ik geen ontzettende klootzak ben. Ook dit is een idioom dat de held mij heeft geleerd. Vader zwoegt voor een reisbureau met de naam Erfgoed Reizen. Dit bureau is er voor joodse mensen zoals de held, die het superieure land Amerika willen verlaten voor bezoekingen aan nederige dorpen in Polen en Oekraïne. Vaders bureau biedt vertalers, gidsen en chauffeurs aan joden die plaatsen willen vinden waar ooit hun families bestonden. Oké, ik had tot deze reis nog nooit een joods mens ontmoet. Maar dat was hun eigen schuld, niet die van mij, want ik was altijd bereid geweest, zeg maar gerust lauw, om er een te ontmoeten. Ik zal opnieuw de waarheid spreken en zeggen dat ik voor de reis de mening had dat joodse mensen stront in hun hersens hadden. Dit kwam omdat ik niets anders van joodse mensen wist dan dat ze Vader zeer veel valuta betaalden om van Amerika naar Oekraïne te reizen. Maar toen ontmoette ik Jonathan Safran Foer en ik zeg u: hij heeft geen stront in zijn hersens. Hij is een slimme jood. Wat Stuntel betreft, die ik nooit Stuntel noem maar altijd Kleine Igor, hij is een eersteklas jongen. Ik ben onbetwijfeld dat hij later een mannelijke en potente man zal worden en dat zijn hersens zeer gespierd zullen zijn. Wij spreken niet overmatig tegen elkaar, want hij is een stil persoon, maar ik ben zeker dat wij vrienden zijn. Ik denk niet dat ik lieg als ik zeg dat wij eersteklas vrienden zijn. Ik onderwijs Kleine Igor hoe hij een man van de wereld moet worden. Voor een beeld: drie dagen voorheen vertoonde ik hem een walgelijk tijdschrift, zodat hij een inschatting kreeg van de vele goede houdingen waarin ik vleselijk ben. ‘Dit is de Negenenzestig,’ zei ik, terwijl ik het tijdschrift voor hem hield. Ik zette twee vingers bij de plaatsen waar het gebeurde, zodat hij niets over het hoofd kon zien. ‘Waarom heet dit de Negenenzestig?’ vroeg hij, want hij is een persoon met gloeiende nieuwsgierigheid. ‘Het is uitgevonden in 1969. Mijn vriend Grigori kent een vriend van de neef van de uitvinder.’ ‘Wat deden de mensen dan vóór 1969?’ ‘Ook wel fluitspelen en snoepjesabbelen, maar nooit in koor.’ Gelooft u mij, ik zal een vip van hem maken. En dan begint hier het verhaal. Maar eerst heb ik de plicht om mijn voortreffelijke verschijning te beschrijven. Ik ben immens lang. Ik ken geen vrouwen die langer zijn dan ik. De vrouwen die ik ken die langer zijn dan ik zijn allemaal lesbiennes, voor wie 1969 een zeer gewichtig jaar was. Ik heb mooie haren die in het midden zijn gescheiden. Dit komt omdat Moeder ze altijd opzij scheidde toen ik nog een jongen was, en om haar te verdrieten scheidde ik ze op een dag in het midden. ‘Alexi-verdriet-me-niet!’ zei ze, ‘je bent als een krankzinnige met je haren zo gescheiden.’ Maar ik wist dat dit niet echt gemeend was. Moeder zegt wel vaker dingen waarvan ik weet dat ze niet echt haar mening zijn. Ik heb een aristocratische glimlach, en ik vermaak mijzelf vaak met het stompen van mensen. Mijn buik is zeer sterk, ook al heeft hij momenteel geen spieren. Vader is een dikke man, Moeder ook, maar dit maakt mij geen zorgen omdat mijn buik zeer sterk is, ook al schijnt hij zeer dik. Ik zal mijn ogen beschrijven en dan het verhaal beginnen. Mijn ogen zijn blauw en schitterend. En dan begin ik nu het verhaal. Vader ontving een telefoongesprek van het Amerikaanse kantoor van Erfgoed Reizen. Zij verlangden een chauffeur, gids en vertaler voor een jonge man die bij het begin van de maand juli in Lutsk wilde zijn. Dit was een bezwarende omstandigheid, omdat Oekraïne bij het begin van juli de eerste verjaardag van zijn hypermoderne grondwet ging vieren, wat ons allemaal zeer nationalistisch maakte, zodat vele mensen op vakantie zouden zijn in het buitenland. Het was een onmogelijke situatie, net als de Spelen van 1984. Maar Vader is een overheersende man die altijd krijgt wat hij verlangt. ‘Sjapka,’ zei hij aan de telefoon tegen mij, die thuis naar een televisieprogramma over wonderbaarlijke schoonmaakproducten keek, ‘wat was de taal die je dit jaar op school hebt bestudeerd?’ ‘Titel me geen Sjapka,’ zei ik. ‘Alex,’ vroeg hij, ‘wat was de taal die je dit jaar op school hebt bestudeerd?’ ‘De taal van het Engels,’ vertelde ik hem. ‘Ben je er bekwaam en knap in?’ vroeg hij mij. ‘Ik vloei erin,’ zei ik, in de hoop dat dit hem zo trots zou maken dat hij de zebrahuidbroek van mijn dromen voor me ging kopen. ‘Geweldig, Sjapka,’ zei hij. ‘Titel me niet zo,’ zei ik. ‘Geweldig, Alex. Geweldig. Annuleer al je plannen voor de eerste week van de maand juli.’ ‘Ik bezit geen plannen,’ zei ik tegen hem. ‘Nu wel,’ zei hij. Dit is een gepast moment om Grootvader te noemen, die ook dik is, maar dan dikker dan mijn ouders. Oké, ik zal hem noemen. Hij heeft gouden tanden en kweekt vele haren op zijn gezicht, die hij elke ochtend kamt. Hij zwoegde vijftig jaar in vele dienstverbanden, eerst boeren en later het behandelen van machines. Zijn laatste dienstverband was Erfgoed Reizen, waar hij begon te zwoegen in de jaren vijftig en volhield tot onlangs. Nu is hij gepassioneerd en woont in onze straat. Mijn grootmoeder stierf twee jaar voorheen aan kanker in haar hersens en Grootvader werd daarna zeer melancholiek, en ook, zegt hij zelf, blind. Vader gelooft hem niet, maar kocht toch Sammy Davis Junior Junior voor hem, omdat een uitkijkteef niet alleen voor blinden is, maar ook voor mensen die hunkeren naar het omgekeerde van eenzaamheid. (Ik had niet ‘kocht’ moeten schrijven, want de waarheid is dat hij Sammy Davis Junior Junior niet gekocht heeft, maar gekregen van een tehuis voor nalatige honden. Daarom is zij geen echte uitkijkteef. Ook is zij niet goed bij haar hoofd.) Grootvader doorbrengt het grootste deel van de dag in ons huis, met het kijken naar televisie. Hij schreeuwt vaak naar mij. ‘Sasja!’ schreeuwt hij dan. ‘Sasja, wees niet zo lui! Wees niet zo waardeloos! Doe iets! Doe iets wat waardig is!’ Ik spreek nooit tegen hem in en verdriet hem nooit met mijn opvattingen, en begrijp nooit wat ‘waardig’ betekent. Deze onsmakelijke gewoonte om naar mij en Kleine Igor te schreeuwen had hij nooit toen Grootmoeder nog leefde. Daarom weten wij zeker dat het niet echt gemeend is, en daarom kunnen wij hem vergeven. Ik ontdekte hem eens toen hij voor de televisie zat te huilen. (Jonathan, dit gedeelte over Grootvader moet tussen jou en mij blijven, ja?) Het weerbericht werd vertoond, dus ik was zeker dat er niets melancholieks op televisie was wat hem aan het huilen kon maken. Ik heb dit nooit verteld, omdat het goed fatsoen is om het niet te vertellen. Grootvaders naam is ook Alexander, net als die van Vader. Want wij zijn allemaal de eerste kinderen van onze ouders, wat immense eer geeft, bijna net zoveel als de sport van basketbal, die in Oekraïne is uitgevonden. Ik zal mijn eerste kind ook de naam Alexander geven. Als u wilt weten wat er gebeurt als mijn eerste kind een meisje is, dan zal ik u dat zeggen. Hij zal geen meisje zijn. Grootvader werd verwekt in Odessa in 1918. Hij heeft Oekraïne nooit verlaten. Het verste wat hij ooit gereisd heeft was Kiev, en dat was toen mijn oom trouwde met De Koe. Toen ik een jongen was onderwees Grootvader mij dat Odessa de mooiste stad van de wereld was, omdat de wodka er zo goedkoop was, en de vrouwen ook. Voor Grootmoeder stierf maakte hij vaak grappigheden met haar, over dat hij verliefd was op andere vrouwen dan zij. Ze wist dat dit alleen maar grappigheden waren, want ze lachte er altijd overmatig om. ‘Anna,’ zei hij dan, ‘ik ga die met dat roze hoedje in de echt verbinden.’ En dan vroeg zij: ‘Met wie ga je haar in de echt verbinden?’ En dan zei hij: ‘Met mezelf.’ Ik lachte dan zeer hard op de achterzitting van de auto, en zij zei: ‘Maar je bent geen priester.’ En dan zei hij: ‘Vandaag wel.’ En dan vroeg zij: ‘Geloof je vandaag in God?’ En dan zei hij: ‘Vandaag geloof ik in de liefde.’ Vader heeft me bevolen nooit Grootmoeder te noemen tegen Grootvader. ‘Dat zal hem melancholiek maken, Sjapka,’ zei Vader. ‘Titel me niet zo,’ zei ik. ‘Dat zal hem melancholiek maken, Alex, en dan gaat hij denken dat hij nog blinder is geworden. Laat hem vergeten.’ Dus noem ik haar nooit. Want tenzij ik liever iets anders wil doen, doe ik wat Vader zegt. Ook omdat hij een eersteklas stomper is. Nadat Vader mij getelefoneerd had, telefoneerde hij Grootvader om hem te zeggen dat hij de chauffeur van onze reis zou worden. Als u wilt weten wie er gids zou worden, dan is het antwoord dat niemand gids zou worden. Vader zei dat een gids geen onoverkomelijke noodzaak was, omdat Grootvader zeer veel wist van zijn vele jaren bij Erfgoed Reizen. Vader noemde hem een deskundige. (Op het moment waarop hij dit zei, leek het zeer redelijk om dit te zeggen. Maar hoe denk jij er nu over, Jonathan, in het schijnsel van alles wat gebeurd is?) Toen wij, de drie mannen met de naam Alex, die avond in Vaders huis bijeen waren om de reis te bepraten, zei Grootvader opeens: ‘Ik wil niet. Ik ben gepassioneerd en ik ben geen gepassioneerd persoon geworden om nog dit soort rotzooi te doen. Mijn buik is er vol van.’ ‘Het kan me niet schelen wat jij wilt,’ zei Vader tegen hem. Grootvader stompte de tafel met veel geweld en schreeuwde: ‘Vergeet niet wie hier wie is!’ Ik dacht dat dit het eind van het gesprek zou zijn. Maar Vader zei iets abnormaals. ‘Alsjeblieft,’ zei hij. En toen zei hij iets wat nog veel abnormaalder was. Hij zei: ‘Alsjeblieft, Vader.’ Ik moet bekennen dat er veel is wat ik niet begrijp. Grootvader zakte weer naar zijn stoel en zei: ‘Dit is de laatste. Hierna doe ik het nooit meer.’ Dus maakten we een complot om de held op te vangen in het treinstation van Lvov, op 2 juli om drie uur in de middag. Daarna zouden we twee dagen in de omgeving van Lutsk zijn. ‘Lutsk?’ zei Grootvader. ‘Je hebt niet gezegd dat het Lutsk was.’ ‘Het is Lutsk,’ zei Vader. Grootvader viel in gepeins. ‘De jood zoekt het dorp waar zijn grootvader vandaan komt,’ zei Vader, ‘plus iemand, Augustine heet ze, die zijn grootvader gered heeft van de oorlog. Hij verlangt een boek te schrijven over het dorp van zijn grootvader.’ ‘Aha,’ zei ik, ‘dus hij is intelligent.’ ‘Nee,’ zei Vader, ‘hij heeft zwakke hersens. Het kantoor in Amerika zegt dat hij elke dag telefoneert met halvegare vragen over de beschikbaarheid van geschikt voedsel.’ ‘Maar er is toch worst?’ zei ik. ‘Natuurlijk,’ zei Vader. ‘Ik zeg je, hij is halvegaar.’ Misschien is het goed als ik hier herhaal dat de jood in het echt juist een zeer slimme jood is. ‘Wat is dit voor dorp?’ vroeg ik. ‘De naam van het dorp is Trachimbrod,’ zei Vader. ‘Trachimbrod?’ zei Grootvader. ‘Het ligt plus of min op vijftig kilometer van Lutsk,’ zei Vader. ‘De jood bezit een kaart en weet zelf de coördinaten. Het zal zeer gemakzuchtig zijn, een kind kan het wassen.’ Vader ging zichzelf laten inslapen, maar Grootvader en ik bleven nog vele uren televisie kijken. Wij zijn alle twee mensen die zeer laat bij bewustzijn blijven. (Ik had bijna geschreven dat we het heerlijk vinden om zeer laat bij bewustzijn te blijven, maar dat is niet de waarheid.) We keken naar een Amerikaans televisieprogramma dat de woorden in het Russisch onder aan het scherm had. Het ging over een Chinees die vindingrijk was met een bazooka. Ook keken we naar het weerbericht. De weerman zei dat het weer de volgende dag zeer abnormaal zou zijn, maar de dag daarna werd het weer normaal. Tussen Grootvader en mij was een stilte die je kon hakken met een kromzwaard. Het enige moment waarop een van ons sprak was tijdens een reclame voor McDonald’s McPorkburgers, toen Grootvader naar mij draaide en zei: ‘Ik wil niet tien uur naar een lelijke stad rijden om voor een zeer verwende jood te zorgen.’
|
|
|
|
 |
| |
|
|
FICTIE - BOEKEN - TITELINFORMATIE |
Oorspr. titel: |
Everything is Illuminated |
|
| |
 |
|
|
|
|
 |
|
|