| |

|
|
| |
Download fragment als PDF-bestand
Voorwoord bij de herziene editie
Nooit had ik durven vermoeden, toen ze me destijds in december 1988 weigerden binnen te laten in de Londense Reform Club nadat ik pas mijn reis om de wereld had volbracht, dat ik niet aan het eind van mijn loopbaan als reiziger stond maar juist aan het begin. Reis om de wereld in 80 dagen zou ‘om de wereld in twintig jaar’ worden. Ik had me voorgenomen om het reizen, zodra we voor die weigerachtige dubbele deuren van de Reform Club zouden staan, voor gezien te houden en de draad van mijn normale leven weer op te pakken: mensen met vissen om de oren slaan, over Kevin Kline heen rijden met een stoomwals en de ‘Lumberjack Song’ zingen in het Duits voor selecte gezelschappen. Mijn poging om in minder dan drie maanden rond de wereld te reizen zonder ooit het aardoppervlak te verlaten had me, vond ik, genoeg avonturen bezorgd voor de rest van mijn leven. Maar er was iets met me gebeurd tijdens al die lange tochten aan boord van haveloze vrachtschepen en krakende containerschepen, in kreunende Indiase treinen en op voortsnellende hondensleeën in de Rocky Mountains. Hoewel ik die reis had volbracht op een reeks pijnlijke injecties en met een tas vol pillen en drankjes, was er niets dat me afdoende bescherming had geboden tegen het overweldigende, schrijnende verlangen om het allemaal nog eens over te doen. Het was alsof er een deur voor me was geopend waardoor ik een grote lonkende wereld kon zien liggen. Ik zag noordpolen, zuidpolen, evenaars, keerkringen, kolkende rivieren en vulkanen, en dat was allemaal veel opwindender dan mensen met vissen om de oren slaan. Door het succes van Reis om de wereld in 80 dagen, een heel begripvolle vrouw en dito familie kon ik door die deur stappen,nieuwe mensen en plekken leren kennen en vergezichten en geluiden zien en horen waarvan ik nooit had durven dromen. Nu, twintig jaar later, heb ik met mijn team, van wie er een heel aantal op die eerste reis al bij was, alle werelddelen bezocht, honderden en duizenden kilometers over elk denkbaar soort terrein gereisd, van sneeuw en ijs tot kokende woestijnen, en vervolgens alles nog eens omgezet in zeven boeken en televisieseries. Dus ik dank mijn gelukkige gesternte, en in het bijzonder Clem Vallance en de BBC, voor de rol die ik nooit had verwacht te zullen spelen, die van een soort reisleider voor de hele wereld. Ik wil ook alle mensen bedanken die zo onbaatzuchtig onze camera in hun bestaan hebben laten kijken, want wat ik in al mijn televisieseries wel heb geleerd is dat juist de mensen die je onderweg ontmoet, je programma’s tot een succes maken. Met die gedachte in ons achterhoofd besloten we dat de beste manier om twintig jaar reizen te vieren een reünie zou zijn. De keuze was gemakkelijker dan ik had verwacht. Terugkijkend op al die jaren is er geen ervaring zo krachtig in mijn herinneringen overeind gebleven als onze reis per dhow van Dubai naar Bombay. Dat was de eerste keer dat ik me realiseerde hoezeer het succes of falen van onze televisieserie afhankelijk was van degenen met wie we reisden, in dit geval een bemanning van achttien Indiase vissers afkomstig uit een klein dorp ten noorden van Bombay. Ondanks hun stellige belofte om ons binnen zes dagen in Bombay af te leveren, deelden we de boot een hele week met hen. We sliepen aan dek, boven op zakken met pistachenoten, we raakten bedreven in het gebruik van een toilet dat niet meer was dan een over de achtersteven buitenboord hangende kist, we aten dankbaar mee van de currymaaltijden die ze uit het niets tevoorschijn toverden en we probeerden vooral niet stil te staan bij het gebrek aan reddingsvesten of het lot van de broer van de kapitein, die het jaar daarvoor met zijn dhow en voltallige bemanning in een storm ten onder was gegaan. Pas toen het moment van afscheid nemen in Bombay daar was, merkte ik hoezeer we met elkaar verbonden waren geraakt. De combinatie van mijn dankbaarheid en hun warmte maakte het afscheid nemen zwaar en verrassend emotioneel. Zoals ik in het programma al zei: ‘Het is bijna onmogelijk te accepteren dat ik ze nooit meer zal zien.’ Dus nam ik – twintig jaar later – mijn eigen woorden van destijds ter harte en gingen we op zoek naar de bemanning van de Al Shama. Het verslag van deze buitengewone reis is weergegeven in een nieuw hoofdstuk aan het eind van dit boek. Zoals we destijds Reis om de wereld in 80 dagen hebben gemaakt, zullen we het nooit meer kunnen doen. Nu hebben we mobiele telefoons, gps en digitale banden in plaats van filmrollen in blik. Maar hoezeer de mensen en hun bestaan waren veranderd was minder makkelijk te voorspellen. Er was maar één manier om daarachter te komen, en de heruitgave van het boek en onze terugkeer naar India en de Perzische Golf is meer dan zomaar een viering van die twintig jaren onderweg, het is een bevestiging dat het einde, althans voor deze reiziger, nog niet in zicht is.
Michael Palin Londen, 2008
|
|
|
|
 |
| |
|
|
FICTIE - BOEKEN - TITELINFORMATIE |
Oorspr. titel: |
Around the World in 80 Days |
Vertaling: |
Rika Vliek en Ingrid van Dam
|
|
| |
 |
|
|
|
|
 |
|
|